Thursday, January 18, 2018

In de houdgreep

De afgelopen vijf dagen heb ik een vrij saai leven gehad. Soms is dat heerlijk hoor, even niets doen. Maar onder 'heerlijk' vielen deze dagen niet. Want de griep heeft ons in de greep. In de houdgreep. Ik loop al dagen erbij als 'Ma Flodder'. Kwijlvlekken op mijn shirt, strepen snot op mijn mouwen. En nee, niet van mijzelf. Van de kinderen. Mijn kookkunsten en huishouden lijken op dit moment ook op die van 'Ma Flodder'. Want in ons huis kan je nu even niet van de grond eten, tenzij je de kruimels van drie dagen geleden lekker vindt.

Eerst werd Suze ziek en toen Finn. Daarna knapte Finn op en deed Suze er een paar graden koorts bij op. Wanneer ik dacht dat we bijna alles gehad hadden werd Finn weer ziek. Net één dag te vroeg naar school gegaan dus.

Nou kan ik vertellen dat mijn man en ik al dagen niet slapen door huilende kinderen. Dat ik minstens drie (mega stinkende) diarree luiers per dag verschoon en de wc zeer vaak moet schoonmaken (spetters van een bruine substantie), dat mijn hoofd aanvoelt als een tikkende tijdbom. Of dat Suze een nieuw niveau van 'niet te genieten' heeft bereikt, maar dat doe ik niet.

Ziek zijn is niet leuk. En toch zijn er een paar voordelen aan grieperige kindjes die een moederhart doet smelten. Bijvoorbeeld dat Suze de hele dag op schoot wil zitten. En vervolgens in slaap valt op mijn schoot. Dat gebeurde minstens een jaar geleden voor het laatst. Dat ze door elk laagje van mijn kleding heeft gekwijlt, neem ik voor lief.
Of Finn die tegen mij aan kruipt en zegt "ik vind je lief mama". Dat ik daarna begon te huilen van geluk, laat ik ook maar achterwegen. Verrekte hormonen.

Nu, dag zes, knappen ze beiden een beetje op. Finn wil verstoppertje spelen. Dus doen we dat. Want na vijf dagen bank hangen heb zelfs ik zin om even in beweging te komen. Gebeurt niet vaak. Na zeker drie minuten fanatiek verstoppertje spelen (verstoppen op het aanrecht, onder het kleed en in de snoep kast) en een snoepje verder, kijkt Finn mij met kleine traan ogen aan. "Wat is er Finn?". Hij trekt een pruillip, waar ik aan kan zien dat hij een millimeter verwijderd is van een huilbui van epische proportie. "Ik denk dat ik te veel mijn benen heb gebruikt mama". En daar crasht hij weer op de bank. Achteraf was misschien puzzelen een beter idee.

Ja, er zijn voordelen. Maar die wegen helaas niet op tegen de nadelen. Want het is zo zielig voor die ukkies (en voor de ouders die geen nachtrust meer hebben). Wat mij betreft mag het weer zomer worden. Nu.

Tuesday, January 2, 2018

Feestdagen, maar dan zonder feest.

De feestdagen. Nou, nou wat een feest dit jaar. Feest voor virussen en bacteriën, maar niet voor ons. Misschien herinnert iemand mijn laatste blog nog. Zeven dagen vrij, ik keek er zo naar uit. Maar helaas werd ik die avond ziek. En dat ben ik nooit. Behalve wanneer ik vrij ben, dan wel. Zowel eerste als tweede kerstdag was ik alles behalve fit. Één voordeel had het wel, ik kon een keer ziek zijn. Want elke moeder weet, met kinderen om je heen kan je NIET ziek zijn. Ze hebben er in ieder geval geen boodschap aan. Of alleen de mijne niet, kan ook.

De rest van de dagen zijn we redelijk doorgekomen, uiteraard kon ik die zevende dag weer aan het werk. Maar toen begon Suze. Heel rap ging het van; "niks aan het handje", naar; "oeh, dit is niet goed". Op 31 december ging ze slapen met 40 graden koorts. Het arme kind had de hele dag al bij mij op schoot gelegen en kon niet eens meer op haar benen staan. Maar ach, kinderen worden ziek, zal wel weer goed komen dacht ik. Rond een uurtje of tien werd ze wakker en was ze niet van plan weer te gaan slapen. En hoe ik dat weet? Het is Suze, die zorgt wel dat ze niet meer hoeft te slapen. Dus, ze ging mee naar beneden. Even hangen, bij mij, want papa is dan niet goed genoeg. Snap ik wel. Nee, grapje, rustig maar.

Maar toen ging ik twijfelen. Suze kreeg rode plekken. Alsof ze in de brandnetels was gevallen. Moeilijk ademen, en de blaren verschenen ook op haar lippen. Shit, gaat dit wel goed? Daar zit je dan, half elf in de avond, klaar om af te tellen naar het nieuwe jaar. Feestelijk. Nou, niet echt dus. Ik dacht, als ik nou de huisartsenpost bel, dan word ik vast gerustgesteld. Ik ben weer eens een overbezorgde moeder. Maar nee, "kom toch maar even mevrouw, tien over elf is er plek". 'Oke, tot straks" kan ik nog net uitbrengen. Want daarna begin ik te janken. Uiteraard.

Mijn vader bood aan mee te gaan. Toch fijn, zo'n vader. Want dan ben ik zelf ook weer kind blijkbaar, en heb ik mijn ouders even nodig.

En toen waren we bij de huisartsenpost, de dokter heeft Suze nagekeken, wat vragen gesteld. Conclusie: toch de vijfde, zesde of zevende ziekte (hij haalde ze zelf ook door elkaar, grappig, want hij is een dokter). Allergische reactie wellicht, maar dat kan haast niet.
Wat een sufkut voel ik mij (mag ik niet zeggen, maar dit is wel de juiste benaming). Toch die overbezorgde moeder. Zo eentje die de huisarts belt voor een kinderziekte, die gaat huilen als het even te veel wordt. De dokter zei dat het niet erg was, maar diep van binnen heeft hij ook gedacht: "sufkut". Of "overbezorgde moeder". Ik hoop dat laatste.

Om kwart voor twaalf waren we weer thuis. Net op tijd. Suze wilde direct slapen. Dus Suze in bed en Finn er uit. Want die was de hele dag al een stuiterbal. Hij vindt vuurwerk fan-tas-tisch. Hij mocht dit jaar met knalerwtjes gooien. Hoe schattig. Met een slapende Suze, een stuiterende Finn en mijn man en ik (inmiddels kunnen wij onze ogen amper open houden) hebben we afgeteld naar het nieuwe jaar.

Ik kan met zekerheid zeggen dat de feestdagen heel anders zijn dan voor ons kindertijdperk. Maar zou ik het anders willen? Nee. Behalve dan het ziek zijn. Dat mag volgend jaar achterwege gelaten worden.

Voor nu, gelukkig en gezond nieuwjaar iedereen.

In de houdgreep

De afgelopen vijf dagen heb ik een vrij saai leven gehad. Soms is dat heerlijk hoor, even niets doen. Maar onder 'heerlijk' vielen d...