Saturday, October 21, 2017

Een knuffelbeer en een luchtalarm

Finn is zachtaardig, rustig (heus niet altijd), en lief voor anderen. Voornamelijk voor zijn zusje. Hij is het jongetje dat andere kinderen troost of heel erg schrikt wanneer ik boos word. Het jongetje dat roept: "love you mama!"of uit zich zelf zegt: "ik heb je gemist mama". En als ik hem vraag om even te blijven staan, doet hij dat gewoon. Finn kan zo een uur t.v. kijken en niets meer merken van zijn omgeving. Of in de auto uren (beetje overdreven) uit het raam kijken. Ik dacht ook werkelijk dat ik best goed was in opvoeden, totdat wij Suze kregen.

Suze is het meisje dat het speelgoed afpakt van haar broer als ik niet kijk. En wanneer iemand haar speelgoed afpakt zo hard gilt, dat je denkt dat ze op het minst haar been gebroken heeft. Als ik tegen haar zeg: "ik hou van jou Suze!" zegt Suze steevast: "nee". Een 'slap in the face', elke keer weer. Wanneer ik haar vraag om te blijven staan, rent ze zo snel weg dat het zweet mij uitbreekt van het achter haar aan vangen. Wanneer ik boos ben op haar omdat ze, zomaar een voorbeeld, Finn zijn klei in de prullenbak gooit of alle blaadjes van de kamerplant trekt (waargebeurd), lacht ze heel hard.

Ik vraag mij vaak af hoe het kan dat wij twee totaal verschillende kinderen op de wereld hebben gezet. Omdat ze zo verschillend zijn moet ik bij Suze het opvoeden weer helemaal opnieuw uitvinden. Want wat bij Finn werkt, werkt bij Suze niet.

Ik heb met Finn nooit een complete breakdown midden in de supermarkt gehad. Bij Suze wel. Met een krijsend kind die niet in de kar wil zitten, maar ook niet wil lopen, of kruipen, rollen, tijgeren of rennen, kreeg ik op een haar na zelf ook een breakdown. Maar ik heb mijn boodschappen gedaan, 15 minuten lang, met een krijsend kind. En geloof mij, ik zie ze wel kijken. Die mensen met een oordeel. Maar echt, denk maar niet dat ik zonder boodschappen naar huis ga. Dus met een rood hoofd en mini zweetdruppels op mijn voorhoofd sta ik bij de kassa, glimlachend naar de kassajuffrouw (want praten met een luchtalarm naast je oor gaat wat moeilijk). Blij dat ik weer naar huis kan. Maar wel met boodschappen. Want hoe koppig Suze ook is, ze heeft het niet van een vreemde (van mijn man, want ik ben niet koppig, nooit geweest ook). En daar komt ze vanzelf achter.

Suze heeft sinds kort ook bedacht dat je kan gaan gillen in de auto omdat je er uit wil. Dat ze in de auto ook best Finn nog kan plagen en haar schoenen uit gegooid kunnen worden. Ook heeft ze op een haar na uitgevonden hoe ze de gordel af kan doen. Finn is er überhaupt nooit achter gekomen dat dit alles tot de mogelijkheden behoort. Die kijkt gewoon dromerig naar buiten. Een lange autorit is ineens een stuk minder gezellig geworden.

Maar toch, wat een heerlijke ondeugden zijn het. Suze kan, elke dag weer, niet wachten tot haar grote broer thuis komt. En als Finn ons bij het hek ziet staan weet hij niet hoe gauw hij naar ons toe moet rennen (al gaat hij soms met een grote boog om zijn zusje heen om zo sneller bij mij te zijn. Je zou Suze haar gezicht dan eens moeten zien, hilarisch). Ze kunnen niet met, en niet zonder elkaar. En ik zou niet weten wat ik zonder hen zou moeten.


Sunday, October 15, 2017

Bende van ellende

In de ochtend begint het met de wekker. Blijkbaar had ik hem gisteren op 'alleen trillen' gezet. Ken je die wekkers van vroeger met die rode cijfers? En dan de herrie dat uit die wekker kwam? Nou, zo klinkt het ook als je tegenwoordig je telefoon op 'alleen trillen' zet en op het nachtkastje legt. Vanmorgen was dus een heerlijke start. Echt heerlijk wakker worden.
Na even in zelfmedelijden op de rand van mijn bed gezeten te hebben, ben ik toch maar de dag begonnen.

Finn moet naar school, dus ik start mijn (inmiddels geoliede) routine. Toch bedenkt Suze vlak voor het weggaan nog even haar luier te voorzien van een nogal geurende substantie. Minder prettig. Dus op een snelheid die zelfs Max Verstappen mij niet na doet, verschoon ik de luier en race als een malle naar school.

Aan het hek spreek ik af met een vriendin een bakkie (koffie) te doen maar ik moet eerst boodschappen halen. Omdat ik natuurlijk al blij wordt bij de gedachte aan een kop koffie, ga ik meteen door van school naar de winkel. Kind in de auto, er weer uit, in het karretje, de winkel in, de eerste boodschappen in de kar en... kak! Portemonnee nog thuis. Ja, JEMIG. Dan maar eerst koffie. Want nu nog een keer heen en weer racen trek ik heus niet zonder mijn geliefde cafeïne. Had ik al verteld dat ik op dit punt nog niet ontbeten heb? Handig.

Na een heerlijk koffiemomentje ga ik opnieuw boodschappen doen. Rustig in de winkel, Suze vrolijk met een appel in de kar ( ik bied alvast mijn excuses aan voor de volgende die het karretje gaat gebruiken. Want Suze met een appel, staat gelijk aan een smeerbende). Ik krijg weer moed!

 Eenmaal bij de auto met zo'n 40 items in mijn kar kom ik tot de realisatie dat ik geen tassen heb. Jep, dat wordt sjouwen tot ik een ons weeg. Komt op zich goed uit want ik kan wel vast wat calorieën verbranden. Want uit die 40 items bestaan er minstens 3 uit chocolade. No shame.

Thuis pak ik de boodschappen  uit en doe ik de appels in de fruitschaal. Ik stapel ze met precisie op zodat alles in de schaal past. Ik draai me om en hoor alle appels van de schaal rollen. Een dramatische poging om ze op te vangen mislukt. Nog net niet met een boogje vallen ze van het aanrecht. Suze roept "oooohhhhh".

Ik kijk op de klok. Het is nog maar half 12. Ik druk de koffie pot maar alvast aan.

Een knuffelbeer en een luchtalarm

Finn is zachtaardig, rustig (heus niet altijd), en lief voor anderen. Voornamelijk voor zijn zusje. Hij is het jongetje dat andere kinderen ...